Voorbeelden van het gebruik van Deed het toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik deed het toch.
Maar je deed het toch.
Van ontsnappen, maar deed het toch. Ik kende de risico's.
Maar je deed het toch.
Maar ik deed het toch.
Maar ze deed het toch.
Ze deed het toch. Ja.
Maar ik deed het toch.
Maar het team deed het toch en ze hielden hem buiten de campus.
Je deed het toch niet met opzet?
Ik deed het toch?
Ik zei je nog ze niet te lezen, maar je deed het toch.
hij de vaatwasser niet mag gebruiken, maar hij deed het toch.
Ik zei dat je m'n formule niet mocht koken en je deed het toch.
Ik hoorde je nee zeggen en… deed het toch.
Ze hoefde niet terug te komen maar deed het toch, voor jullie.
Ik zei van niet, maar hij deed het toch.
Je mocht niet gaan bijvullen, je deed het toch.
Ik was bang om mee te doen, maar deed het toch.
Ik wilde het eerst, toen niet, maar ik deed het toch.