Voorbeelden van het gebruik van Duwen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hoe vaak duwen we elkaar weg?
We duwen hem de lift in.
Laat ze je dan niet duwen.
Het in haar neus duwen.
Trekken, niet duwen.
B-Bots kunnen niet duwen.
We duwen twee seconden, en laten dan twee seconden los.
Hou je lijn en we duwen ze recht het kamp in.
Dat klopt, niet duwen, genoeg voor iedereen.
Als objecten bewegen duwen ze moleculen rond die vormen een kettingreactie die een geluidsgolf vormt.
Niet duwen, man!
Kleine tekening op het behang optisch duwen van de ruimte;
Ik had die hamer rechtstreeks in zijn keel moeten duwen.
Ik weet niet hoe hard ik moet duwen.
Nee, seconden. Ze duwen haar letterlijk.
We duwen ze uit de luchtsluis.
We duwen onszelf omdat we dat moeten.
Niet duwen, anders laten we u achter.
Duwen en trekken.
En duwen. Diep ademhalen.