Voorbeelden van het gebruik van Er eens in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kijk dan wie er eens op tijd is?
was ik er eens… we hebben de opera bezocht.
Mag ik er eens naar kijken?
Kom er eens af.
Noem er eens een.
Ik heb er eens gegeten met hem, oké?
Ik zal er eens langsgaan.
Probeer dat er eens af te halen.
We moeten er eens over praten. Ik ook.
Misschien kan ik er eens naar luisteren.
Noem er eens eentje!
Noem er eens drie.
Ik heb er eens over nagedacht.
Vraag haar er eens naar, zoon.
Mogen wij er eens heen?
Wil je er eens niet zo uitzien?
Misschien moet je er eens bij komen zitten.
Noem er eens een paar.
Laat ons er eens door.
Probeer er eens een.