Voorbeelden van het gebruik van Gaan samen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We gaan samen, hè, Rexi?
We gaan samen kamperen.
Hand erop? We gaan samen veel geld verdienen.
We gaan samen in het huis in La Jolla wonen.
We gaan samen naar Frankrijk.
Ander idee: We gaan samen. Aangenaam.
We gaan samen omhoog.
We gaan samen gereedschap halen
Wij gaan samen vissen.
Jullie gaan samen Kerstmis vieren?
We gaan samen een mooie wereld creeëren.
Jij, ik en Lisa gaan samen op vakantie naar China.
We gaan samen.
Wat? Boodschappen. Oké, we gaan samen.
Ander idee: We gaan samen. Aangenaam.
We gaan samen bewijzen dat jij dit niet hebt gedaan.
We gaan samen ontploffen.
We gaan samen koken.
We gaan samen naar Californië.
We gaan samen op tour.
