Voorbeelden van het gebruik van Gaan uit in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ally en ik gaan samen uit.
De voorspellingen gaan uit van 10.
Zondag gaan we uit eten waar je wilt.
Gaan jullie uit?
We gaan wel uit eten.
Gaan jullie uit eten met vroegkorting?
We gaan vanavond uit eten.
Jullie gaan samen uit eten? Echt?
Vanavond gaan we uit eten.
Gaan jullie uit?
Ja? Gaan we uit eten?
De schattingen gaan uit van 10.
Gaan jullie uit eten?
Daarna gaan jullie uit eten.
We gaan vanavond uit eten.
Ik snap niet hoe jullie elke avond kunnen gaan uit eten.
We gaan vanavond uit eten. -Dag.
Als hij wint, gaan we uit eten.
Wanneer?-We gaan vanavond uit eten?
Soms kan ik met mijn vrouw gaan uit eten.