Voorbeelden van het gebruik van Geef hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Geef hem geen valse hoop.
Geef hem een zwaard, of ik… Of wat?
Geef hem de auto en dan is alles vergeven.
Geef hem een shot van dat goede spul.
Ja, geef hem een paar dagen.
Riju, geef hem de bal niet!
Geef hem een chocolade.
Geef hem een kippenpak.
Paco, geef hem wat kleren.
Oké, geef hem wat ruimte.
Geef hem nog een drankje.
Geef hem niet de schuld.
Geef hem ook wat.
Geef hem een paar dagen.
Nee! Geef hem 25, zeg ik je!
Geef hem eerst maar wat water.
Kom op, geef hem een dollar.
Tommy, geef hem wat water.
Geef hem 'n supermanstoot, Ronald.
Geef hem niet zo veel hoop.