Voorbeelden van het gebruik van Geef hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Benji, geef hem wat water.
Geef hem een wapen.
Vooruit, geef hem je zakgeld.
Troy, geef hem het geld terug.
Geef hem een rekenliniaal en een Rubikskubus
Geef hem aan Kevin.
Geef hem een deken.
Geef hem nu aan mij.
Geef hem aan de telefoon.
Geef hem de sleutels, Elena.
Maurice, geef hem de bal terug.
Luister, geef hem een drankje van mij, oké?
Geef hem de volgende keer de voorpagina.
Geef hem aan Brighton.
Geef hem ahornstroop.
Geef hem nog een liter zoutoplossing.
Geef hem de boodschap.
Geef hem zijn horloge terug.
Geef hem nu aan mij!
Geef hem 'n glas.