Voorbeelden van het gebruik van Geef hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Geef hem iets te drinken.
Geef hem het nummer.
Geef hem heparine voor de stolling en breedspectrum-antibiotica.
Geef hem een kans.
Geef hem de sleutels.
Geef hem gewoon die injectie.
Geef hem z'n sweatshirt terug.
Geef hem een zoenoffer.
Geef hem gewoon een pint.
Geef hem de spullen.
Geef hem wat soep.
Geef hem amiodaron.
Geef hem iets groots en langzaams.
Geef hem de tijd.
Geef hem zijn revolver.
Geef hem even een ontvangstbewijsje.
Haal een schop en geef hem een fatsoenlijke begrafenis.
Geef hem een borrel.
Geef hem water.
Geef hem een infuus voor lupus,