Voorbeelden van het gebruik van Geef maar in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Geef maar toe dat je dat krengetje mist.
Geef maar een gil als je dood wilt.
Geef maar een biertje, doe maar twee.
Geef maar, dan doe ik het nu.
Geef maar aan mij.
Geef maar hier.
Geef maar.
Geef maar aan Frank dan.
Nou, geef maar wat je hebt dan.
Geef maar.
Ja, geef maar.
Goed, geef maar.
Oké dan, geef maar hier.
ik alleen daar om geef, maar.
Ik had 't je graag cadeau gegeven maar ik moet een ticket kopen.
Ik zal dit aan je geven, maar je laat dat zwaard vallen.
Adoptiebureaus geven maar om één ding.
Deze Japanse edities worden niet gegeven, maar echt mooi!
Hij geeft maar 5500.
Ik heb het je al eerder gegeven, maar toen heb je 't weggegooid.