Voorbeelden van het gebruik van Kan maar in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De speler kan maar een object per keer bij zich dragen.
Ik kan maar veertien vragen tegelijk beantwoorden.
Korting kan maar eenmaal gebruikt worden.
Je kan maar in een groep tegelijk zijn.
Onze kleine staat kan maar 1000 soldaten leveren.
Er kan maar een reden zijn dat je dit risico neemt.
Hij kan maar één van ons uitschakelen.
Er kan maar één team per natie kampioen worden.
Dat kan maar één ding zijn.
Dit kan maar een ding betekenen.
Je kan maar beter naar me kijken.
Er kan maar één winnares zijn. Volgend jaar beter.
Ik kan maar een paar woorden herstellen.
Er kan maar één winnaar van de Verhonger spelen zijn.
Je kan maar beslissen als je er eerst mee heb gereden.
Kan maar het halve dorp zien.
Het kan maar drie dingen betekenen.
Caesar kan maar één zoon hebben. Als er iemand moet sterven.
Ik kan maar niet geloven
Die kan maar twee keer.