Voorbeelden van het gebruik van Geef maar in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Kom, ik help je. Geef maar.
Geef maar twee.
Geef maar op.
O, in Godsnaam, geef maar.
Kom, ik help je. Geef maar.
Geef maar allebei.
Wat is dit? Geef maar aan een klerk.
Goed, geef mij… geef maar.
Geef maar hier.
Natuurlijk. Geef maar aan mij.
Oh ja, geef maar.
Geef maar eentje.
Geef maar aan hem.
Hier zijn de stukken. Geef maar.
Maakt niet uit, geef maar hier, dank je.
Geef maar op.
Zo lang het alcohol is, geef maar.
Geef maar aan hem. Goed.
Ja, geef maar.
Goed. Geef maar aan hem.