Voorbeelden van het gebruik van Geruzie in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben dat geruzie met jou moe?
Ze hoorden geruzie en dat de vader z'n zoon twee keer sloeg.
Geen geruzie meer.
Geen geruzie,?
hoorde je geruzie, zei je?
Minder graffiti over jou op de wc. Minder geruzie, minder geklaag.
Geen geruzie meer.
Geen geruzie met je zusje!
Hou op met dat geruzie.
En geen geruzie over z'n spullen.
Geen geruzie vandaag.
Wanneer stopt jullie geruzie en begint de vakantie?
Geen geruzie.
Dit geruzie is tijdverspilling.
Geen geruzie.
Geen geruzie. Hou op.
Dit geruzie maakt mamma van streek.
Geen geruzie. Ik hou niet van conflicten.
Veel geruzie met mijn ouders.
Hé, geen geruzie in mijn bar.