Voorbeelden van het gebruik van Goed ben in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hoe goed ben je met hem bevriend?
Je weet dat ik goed ben, Hakeem.
Hoe goed ben je?
Hoe goed ben jij?
Zeg niet dat ik goed ben.
Hoe goed ben je, Jason?
Zo goed ben je nog lang niet.
Dat betekent niet dat ik goed ben.
Hoe goed ben jij met een klembord? Wacht?
Nee, zo goed ben je niet.
Ze willen me omdat ik goed ben.
Zo goed ben jij ook weer niet.
Hoe goed ben je in hechten?
Je weet dat ik goed ben.
Zo goed ben je nou ook weer niet.
Hoe goed ben jij in computers repareren?
Betekent niet dat ik goed ben.
Zo goed ben jij niet.
Hoe goed ben je met een sabel?
Ja, zo goed ben ik.