Voorbeelden van het gebruik van Goed gaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dit moet goed gaan.
en het zal goed gaan.
Het moet goed gaan.
Zal het allemaal goed gaan?
Dit kan niet goed gaan.
Het moet goed gaan.
Ooit zal er iets goed gaan.
Maar morgen moet het goed gaan.
Dat gezegd zijnde, als de dingen niet goed gaan, Sil, krijg jij m'n rotscollectie.
Na de eindzege, zal het ons allemaal goed gaan.
Er moet vandaag iets goed gaan.
Het moet wel goed gaan.
Als de dingen goed gaan, dan zeg ik niets.
Ik vond het heel goed gaan vandaag. Helene.
En dan zal het goed gaan.
Dit moet goed gaan.
Als je een tweede kans krijgt, kan het goed gaan.
Wanneer de dingen goed gaan denkt niemand dat het ook slecht kan gaan. .
Ik bedoel, ik weet dat dingen thuis niet zo goed gaan.
Hij is anders als de zaken goed gaan.
