IR BIEN - vertaling in Nederlands

goed gaan
ir bien
salir bien
a estar bien
marchan bien
salgan bien
va a ir bien
goed komen
salir bien
ir bien
bien venidos
goed samengaan
combinan bien
ir bien
van bien juntos
goed gaat
ir bien
salir bien
a estar bien
marchan bien
salgan bien
va a ir bien
ga goed
ir bien
salir bien
a estar bien
marchan bien
salgan bien
va a ir bien
gaat goed
ir bien
salir bien
a estar bien
marchan bien
salgan bien
va a ir bien
prima terecht
in orde komen
salir bien
ir bien

Voorbeelden van het gebruik van Ir bien in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Todo parecía ir bien, hasta que un día en particular.
Alles leek goed te gaan, totdat een bepaalde dag.
¿Cómo puede ir bien?
Hoe gaat dit goed komen?
¿Cómo va a ir bien?
Hoe gaat het goed komen?
Quiero ir bien.
Ik wil het goed doen.
Los negocios deben ir bien.
de zaken zullen wel goed gaan.
Vale, todo va a ir bien.
Oké, alles zal wel goed komen.
Tienen un bebé, y todo parece ir bien.
Ze krijgen een dochtertje en alles lijkt prima te gaan.
Pudiste parar en"podría ir bien".
Je had kunnen stoppen bij'het zal wel goed gaan'.
pero parecen ir bien.
maar het schijnt goed te gaan.
todo podría ir bien.
dan kan het goed komen.
Y si allí no iba bien, seguramente no podría ir bien en ninguna parte.
Maar als het daar niet lukt, dan lukt het nergens.
¿Y a eso le llamas ir bien?
Noem je dat' het goed doen'?
Y Mandi de la boutique dijo que podría ir bien con esto.
En Mandi van de boetiek zei dat het hier bij zou passen.
Durante el transcurso del embarazo, todo parecía ir bien.
In de loop van de zwangerschap leek alles goed te gaan.
Especialmente los surfistas principiantes pueden ir bien aquí.
Vooral beginnende surfers kunnen hier goed terecht.
Puede ir bien, entonces tienes suerte
Het kan goed gaan, dan heb je mazzel
El sodio sódico a veces puede ir bien, pero también puede arruinar toda tu forma
Klooien met natrium kan soms goed gaan, maar kan ook je hele shape verknallen
El gris plateado de una pared de madera puede ir bien con el balcón o la terraza.
Het zilverachtige grijs van een houten wand kan goed samengaan met het balkon of terras.
Seguramente va a ir bien he dicho y lleno un poco de café extra mientras Anna llamó a su amigo.
Het zal zeker goed gaan zei ik en verpakt wat extra koffie terwijl Anna belde haar vriend.
Incluso si prefieres quedarte en una habitación en una casa de huéspedes, puedes ir bien.
Ook als je liever in een kamer in een guest house zit kan je dus prima terecht.
Uitslagen: 133, Tijd: 0.0541

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands