Voorbeelden van het gebruik van Goed weekend in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Had je 'n goed weekend?
Hopelijk hadden jullie een goed weekend.
John, heb je een goed weekend gehad?
Goed weekend? Excuseer.
Excuseer. Goed weekend?
Goed weekend gehad?
In een goed weekend?
Werd het 'n goed weekend.
Had u een goed weekend?
Meneer Rose, Goed weekend gehad?
Goed weekend gehad, Peralta?
Twee miljoen? Na een goed weekend wel tien?
Misschien is dit niet een goed weekend.
We hadden 'n goed weekend samen maar
Niemand zei dat dit het beste weekend van je leven zou worden.
Dit was het beste weekend van mijn leven.
Het klinkt als het beste weekend van mijn leven.
Op het beste weekend ooit!
Op het beste weekend van ons leven!
Dit wordt het beste weekend ooit, toch?