Voorbeelden van het gebruik van Had jou in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij had jou vast niet gemogen.
Ik had jou de schuld niet moeten geven.
Ik had jou niet uitgenodigd, Julie.
Cassie had jou ook uitgenodigd.
Ik had jou ook niet herkend, Claire.
Ik had jou moeten vertrouwen.
Ik had jou geraakt.
Ik had jou, ik had rust.
Ik had jou nooit moeten uitkiezen.
Ik had jou eerst moeten laten gaan.
Randall, ik had jou niet verwacht.
Ze had jou een maand lang.
Ik had jou in de wc-pot moeten achterlaten.
Ik had jou zelf voor deze rol in gedachten en ik ben blij dat je er bent!
Ik had jou een echt paardenboek moeten geven.
Ik had jou, ik had vrede.
Claire had jou niet moeten verbergen.
En ik had jou niet uitgenodigd.
Ik had jou dobbelstenen en sigaretten al gehad
Hij had jou.