Voorbeelden van het gebruik van Het lot in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Accepteer dat het lot van Schotland… in de handen van een protestantse koning ligt.
Al dit gepraat over het lot.
Heldendaden en hartzeer. En het lot.
Voor het gevecht voorbij was, werd het lot van drie mensen bezegeld.
Moet het lot zijn.
Geloof je in het lot?
Is het een verassing… of het lot.
Weefden jullie letterlijk het lot?
Geloof je in het lot?
Ik jou. Onze ontmoeting was het lot.
Familie en het lot.
Geloof je in het lot?
En is het het lot.
Een vriend zei laatst dat er niet zoiets bestaat als het lot.
Ik geloof niet in God, of het lot.
Toen hield je niet zo van het lot.
Geluk en leven en het lot.
Nee, het lot.
En het was het lot.