Voorbeelden van het gebruik van Het opschrijven in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
U wilt het opschrijven, hè?
Ik was het aan het opschrijven en zei plotseling.
Ga je het opschrijven? Waarom?
Kunt u het opschrijven?
Ik zal het opnieuw opschrijven en ik zal het op deze manier schrijven.
Mag ik het opschrijven?
Moet ik het opschrijven?
Ik, uh… ben begonnen met het opschrijven van een paar van die verhalen.
Moet ik het opschrijven?
Begin maar met het opschrijven van hun namen.
Je moet het niet opschrijven.
Je mag het opschrijven.
Je moet het opschrijven.
Nou ja misschien moet je het opschrijven.
Aan wie? Ik zal het opschrijven.
Ik zag alle noten en ik moest het alleen opschrijven.
Je moet het opschrijven.
dan kan ik het opschrijven.
Ik wil het opschrijven.