Voorbeelden van het gebruik van Hij vast in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Daar haalt hij vast het idee vandaan.
Die haatte hij vast ook.
Dat moet hij vast om juridische redenen zeggen.
Daar gaat hij vast heen.
Zit hij vast? Ontbijten. Leuk?
Dat heeft hij vast van jou, Donovan.
Daarom komt hij vast steeds weer terug.
Dat bedoelde hij vast niet zo.
Waarom zat hij vast?
Dat wil hij vast niet horen.
Omdat hij vast midden in de oceaan ligt.
Dat heeft hij vast van jou.
Hier ging hij vast naartoe na zijn werk.
Als hij vast op zijn plaats blijft staan,
weet hij vast wat ze gezien heeft.
Dan heeft hij vast niets gezegd.
Dat heeft hij vast gedaan.
Heeft hij vast verteld.
Dat is hij vast ook.
Zo'n schande heeft hij vast nooit meegemaakt.
