Voorbeelden van het gebruik van Je bouwt in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je bouwt een netwerk om je heen.
Je bouwt vIiegmachines, je wandeIt op het water.
Je bouwt dat ding voor de generaal, hè?
Je bouwt toch geen kooi?
Je bouwt voor haar een huis.
Waarom? Je bouwt nu broodnodige huizen?
Je bouwt een netwerk om je heen.
Je bouwt dingen die de ruimte in gaan.
Je bouwt het toch wel.
Je bouwt een huis?
Je bouwt aan een relatie.
Je bouwt niet zo veel schepen voor een aanval op Atlantis.
Je bouwt een relatie op, intimiteit.
Je bouwt een grote muur rondom jezelf.
Je bouwt geen zandkasteel.
Je bouwt spullen voor de ruimte.
Je bouwt aan je toekomst, hij wordt je niet zomaar overhandigd.
Dus je maakt niks en je bouwt niks?
Kun je me op zijn minst zeggen wat je bouwt?
Je bouwt iets op, je beschermt het.