Voorbeelden van het gebruik van Je wonen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik kom bij je wonen.
Nu je vrij bent… Waar ga je wonen en zo?
Misschien laat je me hier bij je wonen.
Maar waar ga je wonen?
Zelfs je kind wil niet bij je wonen.
Nou… waar zal je wonen?
Kan ik niet bij je wonen?
Laat me weer bij je wonen.
Waar ga je wonen in de weken dat je niet thuis woont?
Ik zou graag bij je wonen.
Waar zou je wonen zonder mij?
We zijn drie chipmunks die bij je wonen.
Perfect. Waar ga je wonen?
Hier ga je wonen. Rustig aan!
Rustig aan. Hier ga je wonen.
Waarom kwam ze bij je wonen?
En ik kom graag bij je wonen.
Waar ga je wonen?
Hopelijk kom je hier wonen.
Wil je wonen, werken en ontspannen in een omgeving waar je energie van krijgt?