Voorbeelden van het gebruik van Lang gesprek in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dit zal wel een lang gesprek worden.
Of een fijn lang gesprek.
Wordt het een lang gesprek?
Jouw vader en ik hadden een lang gesprek vannacht.
Dan moet je eens een lang gesprek met hem hebben.
Zijn ze vrienden? Een lang gesprek.
Maar toen hadden je vader en ik een lang gesprek.
We hadden een goed, lang gesprek met hem.
We hadden een fijn lang gesprek.
Jouw geval zou een lang gesprek kosten.
Ofwel vervelen we je met een lang gesprek.
Kom, een lang gesprek over waarom je dat denkt.
Het was een lang gesprek, en ik moet je zeggen… hij is niet verliefd op haar.
Dan gaan we een lang gesprek houden op een duistere nacht.
Een lang gesprek.
Lang gesprek.
Het was niet echt een lang gesprek.
Dat was een lang gesprek.
We laten deze aanwinst oppakken en hem thuisbrengen voor een lang gesprek.
Hij had een lang gesprek.