Voorbeelden van het gebruik van Goed gesprek in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Goed gesprek.
Goed gesprek. Tijd om aan het werk te gaan.
Goed gesprek. Bedankt.
Ze hebben een goed gesprek gehad en begreep het helemaal.
We hadden een goed gesprek.
Henry? Goed gesprek.
Dus we hadden een goed gesprek en de volgende dag vertrok ik.
Goed gesprek voor ik wegging. we hadden een… Maar.
Goed gesprek…- En dan?
Goed gesprek, pap.
Jawel. Goed gesprek.
Oké, goed gesprek.
Dank je wel. Goed gesprek.
We hadden echt een goed gesprek.
Goed gesprek.
Goed gesprek.
Maar goed gesprek.
Ja, goed gesprek.
Niks? Goed gesprek.
Intussen haal ik je door gezichtsherkenning. Goed gesprek.