Voorbeelden van het gebruik van Logeert in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze logeert met m'n zus in een luxe hotel.
Danny logeert bij iemand, ik ben naar Harvard.
Angelique Harper logeert in het Marbella.
De detective? Hij logeert hier.
Waar logeert u?
Dus je logeert bij Sarah?
Hij logeert bij haar totdat het weer gaat.
Ze logeert daar in een motel.
Hasna Aït Boulahcen logeert al twee maanden bij u.
Hij logeert bij een vriend.
Rafael logeert hier vannacht.
Logeert u in de stad?
U logeert in het huis van de Hodgsons.
Je logeert toch bij me?
Natuurlijk logeert ze hier.
Ze logeert niet bij u?
Hier logeert geen Mr Capone.
Ze logeert bij Ruby.
Ze logeert hier als ze naar Peking gaat.
Logeert u in 't Golf Hotel?