Voorbeelden van het gebruik van Mijn arm in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Mijn arm.
Ik moet de hagel uit mijn arm halen.
Dat is Bremer.- Mijn arm is.
Laat mijn arm los.-Laat los.
Mijn arm doet pijn.
Je bent gewoon nog een streepje meer op mijn arm.
Ik verloor mijn evenwicht en viel. Mijn arm.
Je hebt mijn arm afgezogen!
Mijn arm klein snoetje. Nibbler.
Wat moet ik met mijn arm doen?
Help! Help, Ik denk dat mijn arm gebroken is!
En mijn arm met je andere hand.
Jij kleedde je om voor mijn ogen en voelde mijn arm.
Zijn hoofd is op mijn arm.
Mijn arm… Ik denk dat mijn arm gebroken is.
Mag ik mijn arm terug?
Er zit een pleister op mijn arm.
Misschien, als ik de hele tijd mijn arm om je heen mag houden.
En deze arm is mijn arm.
Zij heeft mijn arm verwond.