Voorbeelden van het gebruik van Moest doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik had geen idee wat ik met ze moest doen.
Wat dacht jij dan dat ik moest doen?
Hij vertelde me wat ik moest doen.
je wel wist wat je met de flashdrive moest doen.
En ze wist wat ze moest doen.
Hij deed wat hij voor me moest doen.
Mijn vader liet ons daar wel eens spelen als hij wat moest doen.
Ja, werk dat ik moest doen.
Twee bier. Ik wist niet wat ik moest doen.
Hij heeft gedaan wat hij moest doen.
Ik zou niet weten wat Rosie Larsen moest doen op een plek als deze.
Ik zou niet weten wat ik anders met m'n tijd moest doen.
Hoe wist je in vredesnaam wat je moest doen?
Mo, ik deed wat ik moest doen.
Wel, toen de ziekenwagen niet kwam opdagen,… wist ik dat ik zelf iets moest doen.
Zij zeiden wat de regels waren en ik deed wat ik moest doen.
Ik heb het altijd al geweten dat ik iets anders moest doen.
Hij wist niet wat ie moest doen.
Nee, van de manier waarop ik het moest doen.
Lk zou niet weten wat ik er moest doen.