Voorbeelden van het gebruik van Moest gaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Emiko. Je moest gaan.
Dat ik naar m'n dochter moest gaan, omdat ik anders te laat zou zijn.
Je zei dat ik moest gaan.- Ik ga. .
Dat ik terug moest gaan. En dat is wanneer ik wist.
Dat ik verder moest gaan met mijn leven.
Ik zei toch dat je weg moest gaan.
Ik moest verder gaan.
Ik heb gezegd dat ze weg moest gaan.
Stan, ik zei dat je moest gaan.
Hij zei dat ik moest gaan. Ik zei dat dit hem niet aanging.
Je zei dat ik naar het kantoor moest gaan, dus ga ik naar het kantoor.
Dat charlie weg moest gaan.
Alles in mij schreeuwde dat ik niet verder moest gaan.
Ze sms'te en Dylan zei dat ik moest gaan.
Ik zei dat je weg moest gaan.
Ik moest verder gaan.
Je zei zelf dat ik ervandoor moest gaan.
Ik zei dat je moest gaan.
Ze zeiden dat ik moest gaan, maar dat wilde ik niet.
Of ik naar de politie moest gaan… en bekennen.