Voorbeelden van het gebruik van Moest gaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Critici vonden dat de rol naar een transgenderacteur moest gaan.
Michelle moest gaan.
Zeg tegen Mr. Devalos dat ik moest gaan.
Ze zeiden dat ik moest gaan.
Ben moest gaan.
Het ging mis en ik moest gaan.
Die moest gaan.
Ik denk niet dat ik ooit iemand tegen gekomen ben die echt daar naartoe moest gaan.
Obama zei, dat ik naar Vegas moest gaan.
Of hij nu wou of niet wou, hij moest akkoord gaan.
Hij zei dat ik voor de 'T-pain' look moest gaan.
Wie zei dat je moest gaan?
Ze moest gaan.
Je vader moest gaan werken.
Jammer dat je helemaal naar Windermere moest gaan alleen om mijn theorie te bevestigen.
Ik moest gaan van hem.
Ik zei nog dat ie niet alleen moest gaan. Hij is de baas.
Mijn moeder zei dat ik er heen moest gaan, om te trouwen.
Michael besloot dat hij misschien achter Sally aan moest gaan.
Ik wilde je zeggen dat ik spijt heb dat het zo ver moest gaan.