Voorbeelden van het gebruik van Gaan doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hoe moet ik dat gaan doen? Tru?
Als we alles samen gaan doen, lijken we wel Will en Grace.
Hoi jongens, wil er iemand iets leuks gaan doen op deze speciale dag?
En toen ben ik dat gaan doen.
Dan zal ik dit maar gaan doen.
Maar we zouden iets Japans gaan doen.
Ja, we moesten maar eens… Dingen gaan doen.
denk aan wat je wilt dat de mieren gaan doen.
Je weet niet wat die drugs gaan doen.
Je moet niet mijn werk gaan doen, oké?
Ik weet niet wat hun gaan doen.
Dat mag jij gaan doen.
Ik kan niet wachten met wat ze op vaderdag gaan doen.
We zouden toch iets cools gaan doen?
Hij is zijn sponsor kwijt, en ik zei dat we het gaan doen.
Ik moet mijn avondronde gaan doen.
Je deed alles, wat je zei, dat je wilde gaan doen!
Dus, wat wilde je daar precies gaan doen?
Wat moet ik in Italië gaan doen?
Weet wat u en uw gezin gaan doen voordat de aardbeving gebeurt.