Voorbeelden van het gebruik van Moet meekomen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je moet meekomen.
U moet meekomen.
Ik moet meekomen.
Hij moet meekomen.
Je moet meekomen.
Jullie kunnen hier blijven, maar ik moet meekomen.
Ik moet meekomen.
Je moet meekomen.
Ik denk echt dat je niet moet meekomen.
Serena, je moet meekomen… om me een jurk te vinden voor het gala.
U moet meekomen om het te regelen.
Je moet meekomen.
Je moet meekomen.
Je moet meekomen naar de Navy Yard.
Hij moet meekomen.
Ik moet meekomen.
Je moet meekomen naar het bureau.
Je moet meekomen.
Je moet meekomen naar het Capitool.
Hij moet meekomen.