Voorbeelden van het gebruik van Morgen doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je kan dit niet elke morgen doen.
Dus dat moeten jullie morgen doen.
Anders moet ik het morgen doen.
En zeg niet van iets:"Ik zal dat morgen doen.
Je kunt je toost morgen doen.
Maar als je hier niet voor zorgt vandaag… Moet ik het morgen doen.
We moeten het morgen doen.
En zeg zeker nooit over iets:"Voorwaar, dat zal ik morgen doen.
Laten we dat morgen doen.
Laten we de westkant dan morgen doen.
Hij wil hem morgen doen.
Dat wilde ik morgen doen, voor college.
Morgen doen we het schilderwerk.
Morgen doen we Peoria.
Morgen doen we zijn beenmerg.
Dat kunnen we morgen doen.
Dat kun je morgen doen.
We hebben vorige maand een reanimatiecursus gehad… en morgen doen we het weer.
Wat wil je morgen doen?
Kunnen we dat morgen doen?