Voorbeelden van het gebruik van Oefenen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Medicine
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Die oefenen hun recht uit om door de citroenboomgaard te lopen.
Ik hoorde hem oefenen met de cello.
Ze oefenen de monoloog.
wij ook daar invloed op uit kunnen oefenen.
Ik zou je willen helpen maar wij moeten oefenen.
Misschien moet ik inderdaad gewoon meer oefenen.
Voor sportvissers oefenen we"vistoerisme", met de mogelijkheid?
Aan het oefenen voor het ballet, Potter?
Deze perifere diensten oefenen de functies uit van fiscale administratie,
Deze app bevat alle Mindware hersenen oefenen spellen.
Nee, daar oefenen we.
Ik weet het, maar hij moet oefenen.
Om dit te bereiken moeten we elke dag oefenen.
Volgens haar Bumble-profiel studeert ze Engels en ze moet oefenen.
Ik blijf oefenen en open een pastazaak in New York.
Vandaag oefenen we karate binnen huis.
Vijf uur oefenen voor elk lesuur.
Je moet ook om te consumeren gezonde voeding, oefenen alsook goed rusten.
Ik zei dat we moeten oefenen.
Patiënten zouden voor de eerste paar keer voor de spiegel kunnen oefenen.