Voorbeelden van het gebruik van Oefenen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Wil graag blijven oefenen en….
Fung, waarom kan ik niet met hen oefenen?
Deel 1: zonder oefenen.
Elke dag oefenen, onszelf afmatten, waarvoor?
Ik heb je zien oefenen.
Je beseft niet dat je aan het oefenen bent.
Mijn Italiaans oefenen.
Ze komt niet uit een familie waar je moet oefenen voor het eten.
Zie je me oefenen voor de Olympische spelen?
De deelnemers waren een productienummer aan het oefenen.
Oefenen voor de maanlanding.
Bij een vriendin, een scène oefenen.
Ik blijf hem oefenen, maar bij de spelen vecht hij voor jou.
Maar we hebben de namen van de vier leerlingen met wie hij aan het oefenen was.
Jij bent hier al je hele leven voor aan het oefenen.
Blijf dat liedje oefenen.
ik was te druk met oefenen.
Of blijf je de hele dag je reactie oefenen?
Momenteel hebben we een groep van twaalf kinderen die aan het oefenen is.
Ben je een brief naar je vrouw aan het oefenen?