Voorbeelden van het gebruik van Ons leren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ons leren hoe we een geweldig spionnenkoppel kunnen zijn.
Hij kan ons leren iemand te vermoorden met een dienblad.
De tijd zal ons leren of we moeten ingrijpen.
Hij zal ons leren dat we allemaal hetzelfde dromen.
Je kunt ons leren vechten.
Ga je ons leren te surfen?
De tijd zal het ons leren, dat doet het ons altijd.
Je kunt ons leren het te gebruiken.
De oorlog heeft ons leren vechten.
Die hoeven we alleen maar uit ons hoofd leren.
Kan iemand het ons leren?
Ik zoek wat ze ons niet leren.
Wat kunnen deze heidenen ons leren?
Dat wil hij ons leren.
Naar de achterdeur. Je zult met ons leren samenwerken, ouwe.
We doen wat onze ouders ons leren.
Kessler… voorzitter, dat de Marsbewoners ons kunnen leren, professor?
Wauw, dat moet je ons leren.
Dan ga jij het ons leren.