Voorbeelden van het gebruik van Paniek in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Geen paniek, Stan.
Er is geen reden tot paniek.
Ik raak niet in paniek.
Eerst paniek.
Niemand weet wie Paniek bedacht heeft.
Geen paniek, het zijn geen actrices.
Geen paniek, ik heb wat voor je in petto!
Wel. Geen paniek, zei ik nog.
Maar geen paniek, ik ben niet besmettelijk. Ja.
Nou? Ik denk niet dat er reden is voor paniek.
Vanwaar die paniek?
Cameron was in paniek geraakt.
Geen paniek, ik heb het onder controle.
Geen paniek, ik rij voorzichtig.
Het is een vreemde paniek over onze eigen sterfelijkheid.
Er is geen reden voor paniek.
Hij was zenuwachtig en in paniek.
Ze belt 112, maar is niet in paniek. Hallo? Mevrouw?
Denk eraan, geen paniek.
Geen paniek. 'T Komt wel goed met Christopher.