Voorbeelden van het gebruik van Pas vijf in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij was pas vijf.
Maar zij is pas vijf.
Ze was pas vijf.
We zijn hier pas vijf minuten.
Ik was toen pas vijf.
Hij is pas vijf. Waarom stond hij bij een kettingzaag?
Hij was er pas vijf dagen en 't zat meteen al scheef.
Hij is hier pas vijf minuten en heeft nu al de wegen administatie server gehacked.
Dit voorzitterschap is pas vijf maanden oud!
Preeda wordt pas vijf jaar vermist.
We zijn pas vijf minuten binnen.
Danny is pas vijf minuten familie van me.
Oorlog is pas vijf jaar over.
Pas vijf jaar.
Danny is pas vijf minuten familie van me.
We lopen pas vijf minuten.
Ze schijnt pas vijf jaar te dansen.
Je herder is pas vijf of zes uur weg.- Waarom?
Je werkt pas vijf dagen voor me.
Pas vijf dagen later vonden ze de vrouw.