Voorbeelden van het gebruik van Pas zes in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij is pas zes maanden.
Ik ben ook pas zes.
Ik was vergeten dat je pas zes bent.
Mijn zoon is pas zes.
Dat jongetje was pas zes.
Misschien vergeten? U was pas zes.
We zijn hier pas zes maanden.
Misschien vergeten? u was pas zes.
Jij bent pas zes.
Hij was pas zes.
Tommy was toen pas zes.
Kom op, je mag niet… Je was pas zes jaar oud.
M'n kleine meisje, ze was pas zes.
Je kent haar pas zes weken!
We zijn pas zes maanden getrouwd.
We zijn pas zes maanden samen.
De mensen die hier pas zes uur zijn blijven zoeken naar Marwan.
Ik ben pas zes maanden vrij.
We zijn pas zes maanden operationeel.
Het staat pas zes maanden leeg.