Voorbeelden van het gebruik van Pissig in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hé… Waarom was Val zo pissig?
Hij is pissig.
Het maakte hem alleen pissig.
Thornton zal pissig zijn.
Stop met Carver pissig maken.
Op een schaal van 1 tot pissig.
Ik ben pissig. Dat heeft geen zin.
Hij is pissig omdat hij te laat was.
Hij is pissig.
Hij is onderweg en hij is pissig.
Nu ben ik pissig.
Ik snap het, je bent pissig.
Ik ben pissig.
Jullie zien er altijd pissig uit.
Is er thuis iemand pissig op je?
Als je pissig gaat doen,
Amanda, ik wil iemand die echt pissig is.
En ze was pissig.
Dat wijf is pissig.
En klaar voor ronde drie. Pissig.