Voorbeelden van het gebruik van Praten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Onderweg praten we.
Het is tijd dat wij praten.
We moeten ze laten praten.
Dan moet ze met de soepman praten.
Ik mag niet over m'n zaken praten.
Jullie praten alleen over schunnige dingen.
Dan praten we niet.
We praten niet met vijf verschillende advocaten.
We praten gewoon. Niets.
Niet kijken, praten of ademen.
Ik laat Orlando praten.
We willen even met u praten.
Nee, we praten morgen.
Praten jullie niet met elkaar?-Koffie?
Maar praten niet zo snel.
Ik hoorde jullie praten in het lab.
We praten alleen maar over een plan.
Volgens mij kunnen we wel uren praten, maar u hebt het vast druk.
Oké. We moeten met hem praten.
Iemand moet met Annie praten.