Voorbeelden van het gebruik van Twee keer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben meer dan twee keer zo oud als jij.
Als iemand twee keer rijdt, hebben we hem of haar voor het leven.
We hebben twee keer gezoend.
Twee keer had ik hem bijna.
Twee keer in twee minuten.
U bent toch twee keer failliet gegaan?
Hij is twee keer gestorven.
Ik ben twee keer zo oud als jij!
Je zal twee keer berecht worden!
Ze bezocht hem twee keer in de laatste maand.- Mijn moeder.
Om haar twee keer te verliezen… kan ik me niet voorstellen.
Ik laat je niet twee keer in de steek. Erin.
Twee keer? Dat geloof ik niet.
Je knipt al twee keer met je vingers.
Degene die zich twee keer bij de basis aanmeldde?
Ik ben twee keer getaserd.
Ik denk dat we twee keer geslagen zijn. Nou, baas.
Je bent twee keer zo oud als zij.
Dat hij twee keer zo oud is?
Alsof ze twee keer is overleden?