Voorbeelden van het gebruik van U mag in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Goedemorgen, meneer. U mag het hotel niet verlaten zonder ons.
U mag Benny… Mr Colón heel graag, toch?
U mag niet nee zeggen.
U mag hier niet zijn. Sir?
U mag het me morgenochtend vertellen.
U mag me niet van deze zaak halen.
U mag haar niet vermoeien, vriend.
U mag hem gewoon niet! Ervaring.
U mag de jurk aanhouden.
U mag me niet aanraken.
U mag uw zoon nu zien. Jij, jij en jij!
U mag gaan wanneer u wilt.
U mag dit tegen niemand zeggen. Wacht, meneer.
U mag niet opstaan.
U mag hem zelf ook graag.
U mag gaan zitten waar u wilt.
U mag me niet volgen!
U mag het comfortabele bed,
U mag de sigaretten houden.
U mag niet weer in slaap vallen.