Voorbeelden van het gebruik van Uitdoen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Mag ik m'n jas uitdoen?
Ik wil het licht uitdoen.
Kan ik het uniform uitdoen.
Ik moet het licht uitdoen, Mary J.
Ik moest alleen mijn schoenen uitdoen, om het tapijt niet vuil te maken.
Moet ik m'n schoen uitdoen?
Je kan hem dus ook makkelijk weer uitdoen.
moest ik al m'n tieten uitdoen.
Laat ze de lichten uitdoen.
Alleen moet ik even mijn contactlenzen uitdoen.
Ik wil het licht uitdoen.
Ja, je moet je schoenen wel uitdoen.
daarna de tv uitdoen.
Help me dit overhemd uitdoen.
Zal ik in plaats daarvan je broek uitdoen?
Laten we onze kleding uitdoen.
Moet ik m'n neusring uitdoen?
Morgan. Ik moet dat licht uitdoen.
Zeg,"Cheers! Glen, je moet dat shirt uitdoen.
Maar die kunnen we uitdoen.