Voorbeelden van het gebruik van Wachten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ben, Socrates, jullie wachten hier. Willard? Willard?
Wil je alsjeblieft wachten, Sylvester?
Naakt en aan het wachten op jou.
Twee wachten op de kade?
Het wachten waard?
Jij wachten. U wachten.
Wachten jullie op me?
Waarom wachten jullie dan niet op John?
Dat het wachten op Bebbanburg een doel diende?
De wachten zijn al gepasseerd.
Nee, dit kan niet wachten, Joy.
Moet ik wachten op je?
Je oma en Juniper wachten op je in het ziekenhuis.
Nee. Iets doen aan Chaz zou moeten wachten.
Soms is het wachten het beste deel.
Vier diensten met 12 gewapende wachten, die 24 uur per dag de galerij patrouilleren.
Zeg dat hij moet wachten.
Wachten op de piep en hallo zeggen.
Ze wachten op u in de vergaderkamer.