Voorbeelden van het gebruik van Wees jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wees jij eens correct.
Wees jij dan maar een'kanniet' wat dat monster betreft.
Wees jij de heer, schiet mevrouw dood
Wees jij eens creatief voor de verandering.
Wees jij dan chearleader!
Wees jij voor een keertje eens creatief.
Wees jij nou maar blij
Wees jij ook een braaf meisje.
Wees jij ook braaf.
Wees jij ook maar niet bang.
Wees jij alsjeblieft een goede moeder.
Wees jij nou maar lief en ga slapen.
Wees jij maar bang.
Wees jij maar stil.
Wees jij mijn Ruth en draag mijn last.
Ik ben eerlijk geweest. Wees jij dat dan ook.
Wees jij er maar niet zo zeker van dat ik je niet in elkaar sla.
Op weg naar de bisschopswijding ver nam Nikolaus van de HEILAND:„Wees jij Mijn Zwaard-Bisschop!
Ze nam jou op, maar toen zijn volgelingen kwamen opdagen… wees jij naar mijn moeder en zei.
O, ben jij lief?