Voorbeelden van het gebruik van Ze haatte in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze haatte het werk op de boerderij, net als jij.
Ze haatte me.
Ze haatte me zo dat ze me hierheen bracht.
Ze haatte me en nu houden ze van me.
Ze haatte me!
Ze haatte die meid.
Ze haatte kinderen.
Ze haatte het werk.
Ze haatte zichzelf voor wat wij geworden zijn.
Ze haatte me.
Ze haatte je vader niet.
Ze haatte reizen.
Of ze haatte Savannah.
Ze haatte zichzelf.
Ze haatte het? Totaal niet?
Ze haatte zichzelf omdat ze viel.
Ze haatte haar kinderen, maar hield van haar hond.
An8}… dat die rechter ze haatte.{\an8}Het was voor iedereen in de rechtszaal duidelijk….
Ze haatte de manier waarop ik zakendeed.
Ze haatte lezen.