Voorbeelden van het gebruik van Ze wonen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze wonen in een hut in het bos. Ja.
Ze wonen op de North Shore.
Ze wonen in het dorp Tadfield in Oxfordshire.
Ze wonen in Londen.
Ze wonen in Brazilië.
En ik weet waar ze wonen.
Ze wonen in Australië.
Maar je weet waar ze wonen.
Het gaat over draken en waar ze wonen.
Ik weet waar ze wonen.
Hij heeft een vrouw, maar ze wonen gescheiden.
Ik weet niet eens waar ze wonen.
Wie z'n ouders zijn en waar ze wonen.
We weten waar ze wonen.
Ik weet niet waar ze wonen.
Wat maakt het uit waar ze wonen?
Ze wonen in Manhattan, aan Madison Avenue.
Ze wonen hier al twee maanden.
Ze wonen in kleine groepen op het platteland, de bossen en de heuvels.
Ze wonen volgens Israël in een vijandige entiteit.