Voorbeelden van het gebruik van Ze wonen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ze wonen niet meer thuis.
Ze wonen nu op Fifth Street.
Ze wonen al een aantal jaar in Italië.
Ze wonen samen, want wie anders begrijpt die toestand?
Ze wonen alleen en afgelegen.
Ze wonen bij elkaar in de buurt.
Ze wonen in dezelfde stad,
Ze wonen op de manen van lego.
Ze wonen in Californië. Dit huis is een vakantiehuurwoning.
Hoe konden ze hier wonen?
Ze wonen hier niet meer.
Ze wonen samen en hebben hoopjes toegestane seks.
Ze wonen samen in een huis.
Ze wonen nu in Oslo, glasblazers.
Ze wonen in de oude hutten.
Ze wonen in Little Rock, Arkansas.
Ze wonen in Buenos Aires.
Ze wonen in dezelfde flat.
Ze wonen in een buitenwijk van een klein stadje.
Ze wonen momenteel in Hollywood, Californië.