Voorbeelden van het gebruik van Zorg goed in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zorg goed voor jou.
Zorg goed voor oma.
Zorg goed voor me.
Zorg goed voor je stem.
Zorg goed voor hem.
Zorg goed voor ze, Will.
Zorg goed voor 'm.
Zorg goed voor haar voor mij.
Tzion, zorg goed voor!
Zorg goed voor haar.
Niets bijzonders. Zorg goed voor jezelf, Andy.
Zorg goed voor dat kindje.
En zorg goed voor hem.
Zorg goed voor haar, Paul.
Zorg goed voor je tanden en laat ze altijd sneeuwwit
Schatje, zorg goed voor Nan-soon.
Zorg goed voor Palle.
Ja?…zorg goed voor haar?
Zorg goed voor de baby.
Zorg goed voor elkaar. Kom op.