Voorbeelden van het gebruik van Afvragen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je moet je zulke dingen afvragen, Derek.
Ik blijf mezelf afvragen, waarom zag ik het niet?
Ik zal me in mijn slaap afvragen of je gelijk hebt… Ja.
Dat had je jezelf eerder moeten afvragen.
Ik kan me alleen maar afvragen wat het bestuur zou kunnen denken.
Je moet jezelf een ding afvragen.
Maar er zijn andere dingen die wij onszelf kunnen afvragen.
Hij blijft zichzelf afvragen waarom het noodlot hem heeft gespaard?
Ik zal me in mijn slaap afvragen of je gelijk hebt… Ja.
Het laat je afvragen wat voor nut het heeft.
We moeten onszelf eens afvragen.
Dat moeten onze burgers zich afvragen.
Ik bleef mezelf afvragen toen ik zo aandrong op de operatie.
Afgesproken. Aan het afvragen hoe het gespeeld wordt?
Ja, ik moet me het zelfde afvragen.
wat me dit doet afvragen.
Zodat niemand zich na de oorlog zich kon afvragen waar de joodse clienten waren gebleven.
Aan het afvragen hoe het gespeeld wordt?
Slachtofferslijst. Ik blijf mezelf afvragen hoe Barnes zijn slachtoffers kiest.
Er zijn er die zich onze agenda afvragen.